Werkwijze

Werkwijze

Het BFT is aangewezen  als één van de toezichthouders op de naleving van de bepalingen ingevolge de anti-witwasregelgeving in Nederland: de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) (voorheen de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) en Wet Melding ongebruikelijke transacties (Wet Mot)). Het BFT is belast met het toezicht op (kandidaat-) notarissen en toegevoegd notarissen, belastingadviseurs, registeraccountants, accountants-administratieconsulenten, dan wel degene die anderszins zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig daarmee vergelijkbare activiteiten verricht, zoals administratiekantoren, belastingadviseurs en bedrijfseconomische adviseurs.
Het toezicht van het BFT is gebaseerd op een driesporenbeleid:
  • het verhogen van de bewustwording rond wet- en regelgeving, (witwas-)risico’s en het belang van terrorisme- en witwasbestrijding (middels artikelen en presentaties);
  • de naleving van wet- en regelgeving bevorderen via beroepsorganisaties en –verenigingen al dan niet via peer-reviews (intercollegiale toetsing);
  • door middel van eigen reguliere en risicogerichte onderzoeken de naleving van wet- en  regelgeving door bovengenoemde professionals toetsen.
Overleg met belanghebbenden
Om efficiënt toezicht uit te oefenen wordt er regelmatig overleg gevoerd met het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Ministerie van Financiën en verschillende representatieve beroepsorganisaties van hen die onder toezicht zijn gesteld. Het BFT voert daarnaast overleg met  andere toezichthouders (AFM, DNB, Belastingdienst/Bureau Toezicht WWFT en Kansspelautoriteit) om zoveel mogelijk overeenstemming te bereiken voor wat betreft de interpretatie van de wet en regelgeving en de uitvoering van het toezicht.
Het doel van het overleg met de beroepsorganisaties is om te komen tot toezichtarrangementen. Een toezichtarrangement is een samenhangend geheel van processen, procedures en afspraken, gericht op het vaststellen van de naleving van de wet- en regelgeving waarop het toezicht betrekking heeft. Daartoe behoren onder meer afspraken over procedures en protocollen en de inrichting van administraties en dossiers. Op dit moment zijn toezichtarrangementen afgesloten met de het RB en de SRA. Het BFT voert zelfstandig toezichtonderzoeken uit om te beoordelen of de WWFT op de juiste wijze worden nageleefd. Aandachtspunten zijn hierbij de opzet en bestaan van risicobeleid, opgestelde risicoprofielen per cliënt, cliëntacceptatie-procedures (inclusief identificatie en verificatie van UBO (“Ultimate Beneficial Owner” of uiteindelijk belanghebbende) en PEP (politiek prominent persoon die niet in Nederland woont)), dossieropbouw, interne controlemaatregelen, opleidingen en trainingen aan het personeel en het treffen van maatregelen in de betalingsorganisatie. Aan de hand van door het BFT geselecteerde cliëntendossiers beoordeelt het BFT of identificatie en verificatie van de cliënt en de UBO en/of PEP juist zijn uitgevoerd. Daarnaast is het toezichtonderzoek er op gericht dat de instellingen in voorkomende gevallen melding doen van ongebruikelijke transacties.
Bevoegdheden BFT en wettelijk kader
De bevoegdheden van het BFT zijn geregeld in hoofdstuk 4 van de WWFT (art 24 en verder) en de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 5). Per 1 januari 2013 is ten behoeve van het WWFT toezicht op notarissen een uitzondering op de geheimhoudingsplicht opgenomen. Dit betekent dat (kandidaat of toegevoegd) notarissen zich jegens het BFT niet meer op hun geheimhoudingsplicht kunnen beroepen.