Artikel 3 lid 4 Wwft schrijft voor dat cliëntenonderzoek bij personenvennootschappen op dezelfde manier dient te geschieden als het uitvoeren van het cliëntenonderzoek bij rechtspersonen: de instelling dient de zeggenschapsstructuur te doorgronden, te monitoren en te achterhalen welke natuurlijke personen in belangrijke mate invloed kunnen uitoefenen.

Alle maten of vennoten dienen te worden geïdentificeerd. Op risico gebaseerde verificatie van de identiteit is beperkt tot de natuurlijke personen die:

  • bij ontbinding van de personenvennootschap recht heeft op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent;
  • recht heeft op een aandeel in de winsten van de personenvennootschap van meer dan 25 procent;
  • bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de personenvennootschap of ter zake van de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer, meer dan 25 procent van de stemmen kan uitoefenen voor zover in die overeenkomst besluitvorming bij meerderheid van stemmen is bedongen of
  • feitelijk zeggenschap kan uitoefenen over de personenvennootschap.
Daarnaast dient de instelling tevens vast te stellen of de natuurlijke persoon die de vennoten in de personenvennootschap vertegenwoordigt daartoe bevoegd is. In voorkomend geval moet de instelling deze persoon identificeren en diens identiteit verifiëren.