Het vereenvoudigd cliëntenonderzoek.
Bij het vereenvoudigd cliëntenonderzoek is er sprake van cliënten bij wie een laag risico bestaat op witwassen en financieren van terrorisme. Hierbij dient een instelling in ieder geval rekening te houden met de niet-limitatieve lijst van risicofactoren in ► bijlage II van de vierde anti-witwasrichtlijn . In deze bijlage wordt bijvoorbeeld verwezen naar overheden of overheidsbedrijven, beursgenoteerde bedrijven of landen met een lager risico (EU lidstaten).

Het ‘standaard’ cliëntenonderzoek
Het cliëntenonderzoek stelt de instelling in staat om:

  • de cliënt te identificeren
  • diens identiteit te verifiëren
  • de uiteindelijke belanghebbende te identificeren en diens identiteit te verifiëren
  • doel en beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen
  • de zakelijke relatie en zijn transacties te monitoren, eventueel onderzoek naar de bron van de middelen die bij de relatie of de transactie gebruikt worden
  • vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is en deze persoon te identificeren en diens identiteit te verifiëren.

Het verscherpt cliëntenonderzoek.
Een verscherpt cliëntenonderzoek dient te worden verricht indien een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico vertegenwoordigt. De wetgever heeft in artikel 8 Wwft de volgende gevallen benoemd waarin altijd sprake is van een hoger risico:

  • Het betreft een zakelijke relatie of transactie met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.
  • De cliënt – of de UBO van de cliënt – is woonachtig of gevestigd, dan wel heeft zijn zetel, in een staat die door de ► Europese Commissie is aangewezen als een hoog risico-staat . Sanctielijst van 13 landen pagina 1
  • De cliënt – of de UBO van de cliënt – is een politically-exposed person (PEP). Het begrip PEP beperkt zich niet langer tot buitenlandse PEP’s: ook binnenlandse PEP’s vallen nu onder dit begrip.

Een instelling dient in ieder geval rekening te houden met de niet-limitatieve lijst van risicofactoren in bijlage III van de vierde anti-witwasrichtlijn. In deze bijlage wordt bijvoorbeeld verwezen naar cliëntgebonden risicofactoren, product, dienst, transactie of leveringskanaal gebonden risicofactoren of geografische risicofactoren. Een instelling neemt verder redelijke maatregelen om alle complexe en ongebruikelijk grote transacties en alle ongebruikelijke transactiepatronen die geen duidelijk economisch of rechtmatig doel hebben te onderzoeken en onderwerpt de gehele zakelijke relatie met de cliënt in dat geval aan een verscherpte controle.