“Artikel 2d Wwft verplicht instellingen om te voorzien in de invulling van een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie en onafhankelijke auditfunctie, voor zover dit evenredig is aan de aard en de omvang van de instelling. Bij ‘aard en omvang’ gaat het om een combinatie van factoren, dus niet alleen de grootte van de instelling naar aantal medewerkers, maar ook bijvoorbeeld naar de aard van de werkzaamheden. Blijkens de wetsgeschiedenis kunnen de toezichthouders een handreiking geven ter ondersteuning.”

Voor zover passend bij de aard en de omvang van de instelling is door de toezichthouders op de Wwft als volgt ingevuld: de compliancefunctie en de auditfunctie zijn in ieder geval verplicht te stellen bij instellingen met een totaal personeelsbestand vanaf vijftig fte op jaarbasis.

In bijzondere omstandigheden kan bij instellingen met minder dan vijftig fte een compliancefunctie of auditfunctie verplicht zijn gezien de ‘aard’ van de onderneming. Indien uit het risicobeleid van een instelling blijkt dat deze voor meer dan 75 procent cliënten of transacties heeft met een hoog risicoprofiel waarvoor artikel 8 Wwft geldt, is de instelling verplicht een compliancefunctie en een auditfunctie in te richten.

Het BFT verwijst verder naar de ► Specifieke leidraad naleving Wwft voor accountants en belastingadviseurs, administratiekantoren (oktober 2018) en de ► Specifieke leidraad naleving Wwft voor (kandidaat en toegevoegd) notarissen (oktober 2018).